4. Oefenen, hoe dan? (1)

Over hoe je moet oefenen is heel veel te zeggen. Het probleem is dat er niet één manier is die voor iedereen kan gelden. Zo kan het gebeuren dat een talentvolle gitarist, ondanks dat hij veel oefent, maar niet vooruit komt. Hij kan hopeloos gefrustreerd raken en volkomen de moed verliezen en het plezier in gitaarspelen kwijtraken. En dat alleen maar doordat hij op de verkeerde manier oefent.

Heel lang geleden maakte ikzelf ook een grote oefenfout. Ik trainde bepaalde gitaartechnieken terwijl ik televisie zat te kijken. Ik realiseerde mij niet dat ik bezig was mijzelf te trainen in ongeconcentreerd gitaarspelen. Het lukte mij dan ook niet om een stuk zonder fouten te spelen. Puur en alleen maar omdat ik mij niet goed op het spelen kon concentreren; ik was met mijn gedachten steeds ergens anders. Ik was niet de enige met dat probleem; het is een typische beginnersfout. Gelukkig is het met mij, ook dank zij mijn leraren, goed gekomen.

One size fits all gaat niet voor de gitaarstudie op. Iedere grote gitarist heeft zijn eigen studiemethode, zijn eigen volgorde van oefeningen en speelstukken en manieren waarop hij die traint. Iedereen heeft een eigen lichaamsbouw en musculatuur. Zo leert ook de een sneller dan de ander.

In de jaren 80 van de vorige eeuw ontwikkelde de Amerikaanse hoogleraar Howard Gardner zijn theorie van de meervoudige intelligentie. Intelligentie is volgens hem meer dan alleen slim zijn op school. Tijdens zijn onderzoek ontdekte Gardner dat je gebruik kunt maken van acht verschillende intelligenties (denk- en leerwijzen):

  1. Verbaal (linguïstisch): taalslim – je denkt vooral in woorden en begrippen en je kunt goed communiceren. Je houdt van lezen, luisteren, schrijven, praten, kringgesprekken, discussies en spreekbeurten.
  2. Logisch (wiskundig): rekenslim – je denkt in systemen en je redeneert en analyseert graag. Je houdt van cijfers, het oplossen van problemen en het vaststellen van logische verbanden.
  3. Visueel (ruimtelijk): beeldslim – je denkt in beelden en voorstellingen en je oriënteert je goed. Je houdt van ontwerpen, tekenen, ordenen en je hebt een goed richtinggevoel.
  4. Muzikaal: muziekslim – je denkt in muziek, in ritmes, in maat, cyclussen en patronen en je houdt van zingen en geluiden. Je houdt van luisteren naar en maken van muziek.
  5. Lichamelijk (motorisch): beweegslim – je denkt in bewegingen door lijfelijk te voelen en je leert gemakkelijk door te doen. Je houdt van lichamelijke activiteiten, praktische opdrachten en toneelspelen
  6. Intrapersoonlijk: zelfslim – je denkt door bij jezelf te rade te gaan en je werkt graag alleen. Je houdt van stilte, herinneringen, afzondering en je eigen gedachten.
  7. Interpersoonlijk: samenslim – je denkt door na te gaan wat anderen voelen en je voelt goed aan wat anderen bezighoudt. Je houdt van werken met, zorgen voor en leren met anderen.
  8. Naturalistisch: natuurslim – je denkt in samenhang met de omgeving en je houdt van alles wat groeit en bloeit. je houdt van planten, dieren en natuurlijke fenomenen (zoals het weer). Je kunt snel overeenkomsten en verschillen waarnemen.

Iedereen heeft zijn eigen profiel van intelligenties waarbij vaak twee of soms drie denkwijzen sterk(er) ontwikkeld zijn. Het bijzondere is dat als één intelligentie zich ontwikkelt, de andere onbewust gestimuleerd worden. Als je uitgaat van je eigen sterke kant zal de rest dus automatisch volgen.

(Bron: Hermien Wiechers – ‘Muziekkriebels’)

Gelukkig zijn er wel een paar algemene regels die voor iedereen opgaan. Op de eerste plaats moet je je realiseren dat je gitaar speelt met je hoofd; je hersenen bepalen wat je vingers moeten doen. En ook hoe ze het moeten doen. Dat het soms net lijkt alsof het bij een gitarist allemaal automatisch gaat is maar schijn. Een topgitarist heeft volledige controle over al zijn bewegingen: niets van wat zijn vingers en handen doen ontsnapt aan zijn aandacht. Wat je ziet is niets anders dan een razendsnel denkproces, een verzameling gecontroleerde reflexen die allemaal zorgvuldig getraind zijn.

Dat is best indrukwekkend, maar iedereen kan dat in meer of mindere mate leren als je een aantal tips ter harte neemt.

De eerste gouden tip: oefen langzaam. Het mag raar klinken maar langzaam oefenen is de beste en snelste manier om een stuk te leren spelen. Ga het speeltempo pas opvoeren als alles gemakkelijk is geworden. Als het moeilijk wordt ga je te snel. Iedereen kan elk stuk zonder fouten spelen, alleen het tempo waarin het gespeeld wordt verschilt. Zoek het tempo waarin jij het stuk zonder fouten of haperen kunt spelen en neem dat als startpunt.

De tweede gouden tip: zorg dat het mooi klinkt. Vanaf de allereerste keer dat je de allereerste noot van een stuk speelt kan die toon al mooi klinken. Maak er een gewoonte van dat alles wat je speelt op je gitaar mooi klinkt, zelfs de ‘allerstomste losse snaar’. Je bent zelf immers ook luisteraar: gun jezelf het beste aan klank.

De derde gouden tip: wees geduldig, ook als het niet meteen lukt. Word je moe of krijg je ergens pijn? Neem dan een korte pauze en ga dan weer verder (of begin opnieuw). Vroeg of laat gaat het je lukken.

De vierde gouden tip: leer het stuk uit je hoofd. Je hebt misschien wel eens gehoord dat je je met muziek zo goed kunt uiten. Maar je kunt alleen maar iets uiten wat in je zit. Het is onzin om je gevoelens van een briefje af te lezen. Je kunt je muziek wel voor je hebben staan als globale richtlijn, maar het stuk moet wel een onderdeel van jezelf geworden zijn wil je het naar tevredenheid kunnen uitvoeren. Bladmuziek is slechts een hulpmiddel.

Dit alles valt op zijn plaats als je een goed en effectief oefensysteem hebt. Een oefensessie die voor iedereen goed werkt bestaat uit 7 opeenvolgende stappen:

  1. Elimineer alles wat je kan afleiden; zet je telefoon, tablet en computer in de slaapstand en de televisie en radio uit.
  2. Stel een timer of keukenwekkertje in om af te gaan over 15 minuten.
  3. Werk een kwartier op basistechnieken zoals toonladders, arpeggio’s, legato ‘s, akkoord passages etc. Gebruik dit kwartier als een warm up.
  4. Stop onmiddellijk als de timer afgaat en stel hem opnieuw in op 15 minuten. Ga nu werken aan je nieuwe nummer.
  5. Als de timer afgaat stoppen en opnieuw instellen op 15 minuten. Werk nu op de stukken die je al kent en fijn vindt om te spelen. Probeer ze nog mooier te spelen dan de vorige keer dat je die stukken speelde.
  6. Stop onmiddellijk met spelen als de timer afgaat en doe voorzichtig een paar lichte stretchoefeningen voor rug, armen, polsen, handen en vingers als cooling-down. (voorzichtig hiermee; je moet niet het ‘gevoel’ uit je vingers trekken).
  7. Stel de timer in op 5 of 10 minuten en beloon jezelf met iets wat niets met muziek of gitaarspelen te maken heeft, wat je heel erg leuk vindt en waar je anders nooit de tijd voor kunt maken. Bijvoorbeeld een stukje in een boek of een tijdschrift lezen.Al deze stappen zijn belangrijk, laat er niets uit weg. Ik heb hierboven stappen van elk 15 minuten voorgesteld als richtlijn. Probeer voor jezelf uit te vinden welke verhouding het beste voor jou werkt. Overleg dit ook met je docent. Het belangrijkste is dat je een balans vindt tussen deze 7 stappen.Zodra je de juiste verhouding voor jezelf hebt gevonden zul je ontdekken dat het heel leuk is om te oefenen. Ja, het kan zelfs een beetje verslavend zijn. Al na een paar dagen merk je dat je snel vooruit gaat. Wat je eerst moeilijk vond blijkt nu gemakkelijk te zijn. Je kunt in de komende kerstvakantie meer van deze oefensessies op een dag doen, net als een professional.
Posted by Ton Huijsman

Gitarist en gitaardocent, muziekdocent en componist

Geef een reactie